Haagse Jazz Club logo

JAZZ-CLUB U.S.A. EN J.a.t.P. BELEVENISSEN



door: Wouter van Gool



Twee belangrijke Jazz-manifestaties binnen acht dagen, we worden wel verwend! Hoewel Den Haag slechts één van de twee shows binnen haar vesten mocht horen n.l. de Jazz Club U.S.A. show in het gebouw v.K.& W. En kortweg gezegd: het is niet meegevallen; deze, door de bekende jazzcriticus Leonard Feather samengestelde jazzshow, waarvan we veel verwacht hadden, heeft ons toch teleurgesteld; ondanks het feit, dat een stel first-class musici ten tonele kwam; er was dan ook veel technisch vertoon (vooral van de zijde van Buddy de Franco) wat op zichzelf heel prettig aandoet, maar toch geen muzikale bevrediging kan geven. Deze muzikale ontroering (als ik het zo noemen mag) kwam in deze show alleen van het Red Norvo Trio; wat deze jazz-veteraan presteert is van werkelijk hoog gehalte.

En dan Billy Holiday....ja, het viel niet mee wat deze, vroeger zo "holy", Billy dee.... Alleen de weemoedige herinnering aan haar groots muzikaal verleden kon haar optreden van heden nog enige glans geven; dit optreden, dat slechts een smalle schaduw was van haar vroegere prestaties. Wat een geluk dat deze werkelijk grootse jazz-vocale prestaties nog te reproduceren zijn door middel van de gramofoonplaat! We kunnen dit optreden dan ook alleen maar zien als een waarschuwende vinger: wacht U voor het gebruik van narcotica in welke vorm en in welke hoeveelheid. Want het is toch wel duidelijk, dat dit de mens zeer veel schade berokkent aan lichaam en geest, waardoor men binnen recordtijd tot aftakeling overgaat.

Het Beryl Booker-Trio zorgde verder nog voor een verrassend fris modern muziekje, echter zonder tot de hoogte van Red Norvo te komen.

In het Amsterdamse Concertgebouw kon men weer getuige zijn van het derde bezoek dat Norman Granz Jazz at the Philharmonic-show hier bracht. Vóór de pauze: de traditionele jam sessions, ditmaal met Roy Eldridge en Charley Shavers (trompet); Bill Harris (trombone); Flip Philips (tenor-sax); Oscar Peterson (piano); Ray Brown (bas); Jo Jones (drums). De tweede aangekondigde tenor-sax Stan Getz was niet meegekomen en de gitarist Herb Ellis was "ergens in Europa" gestrand; de drummer Jo Jones verving de aangekondigde Louis Bellson (de vermaarde 5 minuten-solo-drummer van Ellington). Ook in deze ,jam-sessions: een vuurwerk van noten. Noten, noten, noten; hoge noten, lage noten; lange noten, korte noten; rappe noten, knappe noten; ja, maar echt genóten van deze veelal virtuoze noten, neen, dát niet; wel ná de pauze, in het trio van Oscar Peterson (hoewel dat vorig jaar met gitarist Barney Kessel in plaats van drums, homogener was) en van de alt-saxofonist Benny Carter (ofschoon de stijl waarin hij zijn soli speelde, afweek van de van hem door de gramofoonplaat bekende stijl.

Zijn toon en swing-improvisaties maakten zijn optreden tot een zeer genietbare beleving). En dan Ella Fitzgerald; dit is toch wel de zangeres bij de Gratie Gods, wérkelijk "het eind", waarbij men alles kan vergeten. Door Ella F. en Oscar P. is een gang naar het concertgebouw al verantwoord.

Als men de twee hierboven beschouwde jazz-shows vergelijkt, moet de schaal toch heel naar "Jatp" overslaan en verder leren ons evenementen als deze, dit: dat een náám toch eigenlijk maar betrekkelijk is en dat men vaak beter doet door een gramofoonplaat te kopen. Ja, eigenlijk zijn deze concerten een pleidooi voor de gramofoonplaat, want hierop komt alles véél beter en zuiverder tot zijn recht. Wat riet wegneemt, dat het toch altijd een belevenis is om de grote sterren in levende lijve te horen en te zien; de "wegblijvers" op deze concerten hebben dan ook altijd "ongelijk"; al was het alleen maar door het feit, dat bij een nog verder doorgevoerde wegblijverij als thans, de ondernemers van jazz-shows wel eens het bijltje erbij konden neerleggen waardoor een toestand zou worden geschapen als in de oorlog en dán moet je de jazz liefhebbers horen...!



Uit: "Haagse Jazz Club" van 17 feb. 1954
[Previous page]