Illustration, 26.2k Billie Holiday: de reconstructie van een fotoshoot
Door: Martin Schouten

Na 37 jaar is eindelijk de tweede druk van Billie en de president verschenen, het cultboek van jazzjournalist Martin Schouten. Op de omslag prijkt een onbekende naaktfoto van zangeres Billie Holiday. Voor V reconstrueerde Schouten de fotoshoot.

Billie Holiday meldt zich donderdagavond 3 maart 1949 met tegenzin op 101 Central Park West, in New York. Ze is, 34 jaar oud, een jaar eerder ontslagen uit de Federal Reformatory for Women in Alderson, West Virginia, waar ze ruim negen maanden vastzat vanwege heroïnegebruik. In New York mag ze sindsdien niet meer optreden in openbare gelegenheden waar alcohol wordt geschonken; daar heeft ze een cabaret card voor nodig en die krijgt een artiest met een strafblad niet.

Vlak na haar vrijlating, op 27 maart 1948, had ze een comebackconcert gegeven in Carnegie Hall. Schrijver en fotograaf Carl Van Vechten beschreef het concert in een brief aan een vriend: 'Ze is dik geworden, het eten in de gevangenis moet goed zijn. Als ze niet uitkijkt, heeft ze binnenkort zes kinnen. Carnegie was uitverkocht en toen ze opkwam, kreeg ze een geweldig applaus. Ze was nerveus en zweette, maar haar eerste tonen waren geruststellend en werden beantwoord met geroep.'

Van Vechten verwierf bekendheid als muziek- en dansrecensent voor The New York Times. Hij schreef zeven romans. Na the splendid drunken twenties, zoals hij ze noemde, publiceerde hij weinig meer en legde hij zich toe op het fotograferen van kunstenaars, onder wie veel Afro-Amerikanen.

Op 3 maart 1949 is hij 68 jaar oud en heeft hij een afspraak met Billie Holiday. Ze hebben elkaar nooit eerder ontmoet, maar zij weet dat hij hoort bij een mensensoort die, heeft de ervaring haar geleerd, niet te vertrouwen is. Carl Van Vechten is blank.

Hij heeft haar gevraagd te komen poseren in een avondjurk, maar ze verschijnt in een grijs mantelpak. Haar gezichtsuitdrukking, zou Van Vechten later schrijven in een verslag van de avond, is al even deprimerend. Zijn assistent geeft Billie een stoel en zet de lampen klaar, Van Vechten plaatst zijn camera op een statief en wacht op het juiste moment.

Als dat niet vanzelf komt, begint hij te fotograferen. Op de eerste foto's van wat een lange reeks zou worden, zien we Billie met een nors gezicht. Hij vraagt haar te lachen, te zingen en een Afrikaans masker bij haar gezicht te houden. Niets werkt. De lampen zijn heet, de kamer is benauwd. Van Vechten stelt voor dat ze haar jasje uittrekt en een zijden lap om haar blote schouders slaat, maar ontdooien doet ze niet. Dan krijgt hij een ingeving. Hij laat haar de foto's zien die hij in 1937 maakte van blueszangeres Bessie Smith, een jaar voor haar dood. Billie is geroerd, zegt dat Bessie haar grote inspiratie was en wordt dan, zou Van Vechten zich herinneren, 'als was in mijn handen'. Hij laadt zijn camera met kleurenfilm en fotografeert haar met die lap om haar schouders en een traan op de wang, onder haar rechteroog.

Tegen twaalf uur zegt ze dat ze even naar huis moet. Van Vechten vermoedt dat ze een shot heroïne gaat halen en om er zeker van te zijn dat ze terugkomt, stuurt hij zijn assistent mee. Na een uur zijn ze terug. 'Ze was een ander mens geworden', herinnert Van Vechten zich later, 'een en al energie, sympathie, medewerking en belangstelling.' Ze heeft haar hond bij zich, Mister. Na drie foto's liggen hond en baasje op de grond, het plezier spat eraf.

Billie heeft nu ook een avondjurk meegenomen. In de volgende serie foto's poseert ze ernstig, met de schouders bloot, in een decor met bloemen, niet vrij van kitsch. Van Vechten krijgt haar zelfs zover dat ze met ontbloot bovenlijf poseert, de armen gekruist voor de borsten. Op een van de foto's zie je nog net de aanzet van een tepel. Sporen van injecties zijn niet te zien, de binnenkanten van de armen zijn buiten beeld.

Als je Billie Holiday intikt op Google Afbeeldingen zul je slechts enkele van de foto's van Van Vechten vinden. Ik kende ze niet tot Bart Kraamer (van mijn eigen uitgeverij Gibbon) ze me liet zien. Hij maakte ook het omslag van de heruitgave van Billie en de president, met daarop een van de naaktfoto's. Hij zette me op het spoor van de hele door Van Vechten gemaakte reeks. Of ik die in zijn geheel heb gevonden, weet ik niet - misschien ontbreekt er nog wat.

De volgorde heb ik gereconstrueerd aan de hand van het verslag dat Van Vechten over die avond schreef in Esquire (december 1962), naverteld door vriend en biograaf Bruce Kellner in Carl Van Vechten and the Irreverent Decades (1968). Kellner redigeerde ook Letters of Carl Van Vechten (1987), met het verslag van het concert in Carnegie Hall in 1948. Voor de pauze droeg ze een zwarte jurk, na de pauze een blauwe. Carl Van Vechten vond haar sexy, 'a real gone girl' en was verrukt van 'THAT BLUE, BLUE VOICE'.

Na nog twee uur fotograferen, sinds haar opkomst met hond, is Van Vechten tevreden. Maar Billie wil nog niet weg. Ze vertelt hem haar levensverhaal, in de woorden van de fotograaf 'een hartverscheurende geschiedenis die niemand zou kunnen verzinnen, eenvoudig verteld, maar met veel gevoel en zo nu en dan dramatisch'. Het emotioneert Van Vechten, zijn assistent en ook zijn vrouw, die wakker is geworden. Ze blijft vertellen tot vijf uur 's nachts. Na die avond ziet Van Vechten haar nooit meer terug. Billie's hartverscheurende geschiedenis verschijnt in 1956 als autobiografie onder de titel Lady Sings the Blues (met co-auteur William Dufty). Drie jaar later sterft ze.

Van Vechten overlijdt in 1964. Music and Bad Manners is zijn leukste boektitel, Nigger Heaven zijn meest uitdagende, maar niemand leest dat nog. Het weer was zacht in New York, op 3 maart 1949, maar 's-nachts naderde het kwik het vriespunt.

Billie en de president Billie en de president van Martin Schouten geldt als een cultboek over jazz. Wie jazz wilde snappen, moest het hebben. Alleen kon dat niet, want er verscheen maar één druk, in 1977, en daarna was het vrijwel nergens verkrijgbaar. Vorige week verscheen de tweede druk van het boek, dat begint in de jaren zestig met een jongen uit Apeldoorn die - op zoek naar de jazz - in Amsterdam belandt en daar als journalist aan het werk gaat. Peter Buwalda schreef in Jazz Bulletin (nr. 88, september 2013): 'Superieur boek over jazz. Schouten kan even scherpzinnig vertellen over een solo van Lester Young als over wat jazz kan betekenen voor een jongen uit Apeldoorn.' Gibbon Uitgeefagentschap, 35 euro.

V
de Volkskrant - 15 januari 2014


[Previous page]