Donald Clarke: Wishin' on the Moon - The Life and Times of Billie Holiday.
Uitgave Viking, 468 blz.
Prijs f 48,20

"Pa en ma waren nog kinderen toen ze trouwden. Hij was achttien, zij was zestien en ik was drie." Aldus het roemruchte begin van Lady Sings the Blues, de autobiografie van zangeres Billie Holiday (1915-1959), verschenen in 1956 en sindsdien vele keren herdrukt.
Dat deze opening niet helemaal klopte, bleek al in 1975 toen Billie's Blues - The True Story of the Immortal Billie Holiday van John Chilton verscheen. Haar moeder was geen dertien toen Billie geboren werd, maar waarschijnlijk bijna negentien. Jammer voor Billie's ghostwriter Bill Dufty want een kindmoeder past prachtig in het 'levensverhaal' van het arme zwarte meisje uit het volk dat ondanks een vroom katholieke opvoeding alles in praktijk brengt wet god verbiedt: de hoer spelen, vechten, gokken, roken, snuiven, spuiten en zuipen.
In de nieuwe biografie Wishing on the Moon - The Life and Times of Billie Holiday van Donald Clarke blijft er van de intro van Holiday/Dufty helemaal niets meer over. De vader van Billie, de womanizer en jazz-gitarist Clarence Holiday, was twee jaar jonger den haar moeder en trouwde nooit met haar, net zo min als de ouders van moeder Sadie ooit waren getrouwd. Op het geboortebewijs van Billie staat dus de achternaam die ook haar grootmoeder droeg: Harris.
Deze feiten waren begin jaren zeventig al bekend bij de jonge Amerikaanse schrijfster en Billie Holiday-fan Linda Lipnack Kuehl. Ze had bijna 150 mensen geïnterviewd, maar kwam nooit tot het publiceren van een biografie. Een eerste versie van haar manuscript werd in 1978 afgekeurd door uitgeverij MacMillan en kort daarna overleed ze door een val of sprong uit een hotelraam.
Toen Donald Clarke na zijn geweldige Pinguin Encyclopedia of Popular Music werd gepolst voor een Billie-Holiday-biografie, kreeg hij lucht van het Kuehl-archief. Zijn uitgever sloot een overeenkomst met de eigenaren en hij kon aan de slag. Ter aanvulling sprak hij zelf nog een aantal mensen onder wie Jimmy Monroe, de eerste officiële echtgenoot van 'Lady Day'.

Leugenares

Wat voor nieuws biedt nu Clarkes biografie, bijna twee keer zo dik als die van Chilton? Allereerst veel meningen over de relatie tussen Sadie en Billie. De moeder die door vrijwel iedereen als dom, plomp en bezitterig wordt afgeschilderd, de dochter die als vroegrijp, mooi en ongegeneerd wordt gekarakteriseerd. De moeder die probeerde 'arm maar toch netjes' te leven, de dochter die 'lik me reet' als lijfkreet hanteerde. De behoefte aan mannen hadden ze met elkaar gemeen maar uit hun methoden bleken hun karakterverschillen. Sadie liep ze achterna met als resultaat één huwelijk dat amper drie jaar stand hield. Billie had 'honing aan haar kont', leefde met mannen op het scherp van de snede en had altijd een 'goed verhaal' klaar. Volgens Carl Drinkard, jarenlang haar vaste pianist, was ze een 'pathologische leugenares'. Hij bedoelde er niets lelijks mee omdat hij wist dat liegen en bedriegen pure noodzaak was voor musici die eigenlijk maar één trouwe partner hadden: hard drugs. Want, zoals Maely Dufty, de echtgenote van Billies ghostwriter ergens opmerkt: "de song Loverman, where can you be? was vaker een kreet om een zakje heroïne dan om een man. Maar meestal waren de twee met elkaar verbonden."
Dat waren ze in elk geval sinds Billie in 1941 met Jimmy Monroe trouwde, een opiumrokende flierefluiter. Haar moeder was fel tegen Monroe maar dat maakte hem voor Billie juist extra aantrekkelijk. Intensief omgaan met 'Lady Day' betekende voortaan dat je lid van de club moest zijn: zelf gebruiker zijn, in elk geval weten hoe je aan 'spul' kon komen. Ook de kerels na Monroe hadden allemaal hun drugs-diploma: Joe Guy, John Levy en Louis McKay, van wie de laatste zelfs per kilo inkocht omdat dat voordeliger was. Dat het geld van Billie kwam en hij van het uitgespaarde een Cadillac kon kopen en den nog iets overhield voor zijn andere vrouwen, maakte zulke deals natuurlijk extra feestelijk. Haar roadies en musici leefden meer het leven van eenvoudige junks die zich geen goede smaak veroorloven konden. Hun verhalen getuigen ervan. Hoe Billie minutenlang naar een nog bruikbare ader om te spuiten kon zoeken en dat soort details. Zelfs vaginale shots blijven de lezer niet bespaard. Toch stond, om de politie te misleiden, ook continu de fles op tafel. "Als ze me zoveel zien drinken, kunnen ze niet geloven dat ik ook nog drugs gebruik," placht ze tegen Drinkard te zeggen Natuurlijk was het zelfbedrog: een liter gin per dag was in haar laatste jaren het minimum. Ze had nog een derde gevaarlijke gewoonte: haar kerels net zo lang te treiteren tot ze in elkaar werd geslagen. Het verleidt de biograaf tot het meest cynische statement uit het bock: All Lady seemed to want was to be beaten, to have her money stolen and to be supplied by drugs. McKay was volgens vele getuigen de kampioen. Ze kreeg niet meer de kans om van hem te scheiden, zodat ook de royalty’s na haar dood in zijn zak belandden. "Misschien gaan de kleinkinderen van McKay nu wel naar de universiteit, dank zij de platen van Lady", oppert Donald Clarke droogjes.
Wat Holidays muzikale carrière betreft voegt deze biograaf niet veel toe aan wat John Chilton al wist te melden. Ook om andere redenen is Wishing on the Moon niet de 'definitieve' biografie van zangeres Billie Holiday. Het bevat geen discografie, noch een bibliografie, en de bronvermelding schiet te kort. Dat de vaak aangehaalde Chilton in de index ontbreekt, zegt in dit verband genoeg. Dat Clarke zelf ook zijn twijfels had blijkt uit zijn voorwoord. "Ik heb de tapes van de interviews niet kunnen horen", schrijft hij, doelend op het basismateriaal van Kuehl. De reden laat zich raden: de rechthebbenden vroegen meer geld dan Viking ervoor betalen wilde. De exploitatie van Billie Holiday, tijdens haar leven een zaak van playboys en pimps is tegenwoordig in handen van ondernemers. Werd de zangeres die zong 'alsof haar schoenen knelden' toch nog Big Stuff, zoals ze in 1945 op de plaat liet vastleggen.

FRANS VAN LEEUWEN

[Previous page]